Lezen van technische tekeningen: het begrijpen van technische schema's om vervolgens te weten welke constructies en afmetingen nodig zijn.
Bewerken van materialen: snijden, buigen, draaien en frezen metalen platen, buizen en profielen volgens specificaties. Dit kan met behulp van machines zoals zaagmachines, slijpmachines, en boormachines.
Lassen: onderdelen aan elkaar lassen om structuren te vormen.
Monteren en assembleren: het in elkaar zetten van de bewerkte metalen tot een volledige constructie, zoals bijvoorbeeld framewerk, machines of andere structurele onderdelen.
Afwerken en controleren: na het lassen en assembleren zorg je voor de afwerking van de constructies, bijvoorbeeld door ze glad te schuren of te coaten.
Onderhoud en reparatie: in sommige gevallen voer je ook onderhoud en reparaties uit aan bestaande metalen constructies of machines.